top of page
  • Foto van schrijverjessicavanraalte

Vrouwengeluk

Ik begin hier te vertellen met hoe ik mij werkelijk voel. En is het dan aan mij dan om dit werkelijk te doen? En is het dan aan mij dan om mijn persoonlijke ruimte te verkleinen, zodat ik mij minder voel? Wees fokking blij dat wij die gevoelens ervaren, want met dat gevoel creeëren wij een betere mooiere wereld. Of is dat ook weer schone schijn? En mag ik dan svp van een ieder vragen om zijn/ haar/ het mannelijke energie te stoppen bij het zelf? Of zag ik het al verkeerd dan en mag ik harmonie vinden in al mijn relaties? Zodat wij onze inner genius tot volle wasdom kunnen laten komen? Thank you, thank you, thank you.

En zal ik jou nu plagen met wat er aan mijn ketenen hing, alhier in 't Twentse boerenland Met een klavertje vol liefde, die ik ooit vond in Duitsland Of was het toch mijn moeder die 'm mij daadwerkelijk schonk En wat mag ik hiervan denken, 't is alleen 'maar' pracht en praal Of mocht ik nu toch werkelijk leren, al waar ze zo mooi in uitblonk En vond ik niet mijn Turkse oog op Rhodos Als behoeder van het kwaad Want bestaat er dan toch werkelijk een derde oog, ik ben toch realist Of was het toch ik die is beklonken in het zijn van optimist Ik zal het echt nooit weten, of denk jij wel, is 't niet? En was er toch geen eiland op de wereld zonder vrouwenverdriet Zal ik je ook verklappen dat er een Keltisch kruis aan mijn nek hangt? En dat het lijkt alsof ik neerbuig en toch kijk ik omhoog Want ik weet er is toch liefde, ik sta nuchter verbonden met de aard' Of moet ik mij toch richten tot die fles die steeds weer schenkt Naar staat van beschonkenheid of van het kwaad Of mag ik dan toch kiezen voor die mooie tijd Waarin ik leer omzien naar die ander, in alle bescheidenheid? Is dat geen mooie boodschap, beklonken in de troost, Of mag ik 'gewoon' geloven in hoop & liefde Hele bergen vol? En waarom voel ik dat ik dit mag delen nu nog vlug want ben ik nog niet net in de leeftijd van 44 jaren? Zal ik mijn ziel niet splijten, want met 33 het was te vlug Ik twijfelde nog over mijn beschikking Mijn god, wat is dit nu En koos ik niet voor kinderen Die mij onderrichten als die wijzen in het Oosten Want zal ik dan niet alles dat de natuur mij schenkt, inzetten om mijn vrouwelijke energie te bekrachtigen. Of is dat verbonden in mijzelf? En ik zal mijn vrouwelijke krachten inzetten om het vrouwelijk leiderschap te bestendigen. Wat zij weet wanneer te leiden en wanneer geleid te worden of samen te lopen naast elkander. Want hebt elkander lief als uzelf. Want weet dat de van nature krachtige vrouwelijke energie al is vertrokken, voordat iemand zich ten volle bewust is van wat er gaande is. En dan beschrijf ik hier de hoop dat elke persoon die op enigerlei wijze zich op en top vrouwelijk wil voelen, zich keert tot de natuur van eeuwen en eeuwen en eeuwen en eeuwen geleden.

En dan hoop ik dat al die vrouwen mogen ervaren voor zichzelf, 'ik ben de alpha en de omega', 'bid en werk'. Want zijn niet alle woorden verdraaid in de knop?


Wij hebben niet leren omgaan met al die fantastische mensen. En het doet pijn tot in het diepste van mijn wezen. En ik verklaar dat ik het anders wil.

Want het voelt voor mij aan als een act of war. Of was het toch het zwaard der liefde dat splijt? Ik stop met het bedekken met de mantel der liefde. Want ik kies ervoor om de boodschap van geloof, hoop en liefde te laten stralen in de nacht.

En werd ik jaren geleden al opgeroepen om een slimme meid te zijn die voorbereid is op de toekomst? En ik werd de meest clevere van them all, ondanks mijn pijn. En voelde ik mij niet steeds klein? En ik herkende mij niet in het geschapen beeld. En ik koos ervoor mijn eigen pad te volgen. En ik snap wel dat Mo Gawdat zich de tandjes schrok en rondreizend over de hele wereld de boodschap van ‘1 million happy` predikt.


Ik zie een wereld voor me waarin we floreren op liefde en verbinding met elkaar. Waarin je ‘gewoon’ dat blije jonge zelf kunt zijn.

En weet je hoe ik het voel? Ik geef het zijn op om al die godinnen op te laten staan. Om alle details van elk thema zorgvuldig te wegen. Want ik weet dat aan elk thema meer kanten zitten dan op het oog zo lijkt? En ik vertrouw die mensen omdat het uit het echte bevlogen zelf komt. Dat kun je proberen te onderdrukken en het enige gevolg is pijn. En het komt net zo hard terug, midden in je gezicht. En weet je hoe ik het ervaren mag, bij al die pijnlijke slagen dwars door al die vrouwen heen, geef ik aan die andere wang ook nog. Want ja, mag ik dan niet leiden in liefde? Of zeg ik nu iets raars toch, hadden zij niet eerder mogen stoppen voor het geslag? Of voel ik mij dan een schaapje dat amper leven mag? Zij weten niet wat zij doen en weet je, dat ijzingwekkend mijn verstand. En wist je dat je verstand toch niets anders is dan alle misbaksels van het land? En weet je hoe ik me nu zo voel op het toppen van mijn zijn? Ok, bijna totale zen dan. En als ik het kan, ik ben toch zo klein? En weet je, ik voel en ben mij bij volle verstand in verbondenheid met het hart en mijn tweede brein. En oh ja, mijn hogere zelf ook. Want dat gaf mij de geest voor dit geschrein.

En is dit dan nu die roadmap naar succes en magie. Of voel ik dat een betere wereld start bij ‘alleen maar’ vriendjes worden met mijn hart? En was het niet het hart dan waar ik door reisde bij mijn gemediteer? En ik weet dat ik niet licht mijn mond roer, ik word gezien als consciëntieus. En god hoe slecht dat toch voelde, ben ik echt zo serieus? Of mag ik dan toch speels zijn in deze mooie tuin? Of is dit nu een aanklacht naar het andere systeem dan mijn zijn? Ik weet dat ik als ik mijn mond opendoe, ik verregaande verandering bewerkstellig. Want als ik ervaar dat ik geslagen word, met woorden of emotionele pijn, of angsten uit die krochten van het diepste van mijn ziel. Dan weet ik dat ik bij het beeld blijf van iemand die wordt aanbeden voor wie ik werkelijk ben? De levensgever op deze aarde als caretaker, mother earth. Of dat slechts een kleine gedachte die zei ‘not shaken, well stirred’. Of was het toch net anders dan ik dacht. Want ik ben niet verder gekomen dan elke dag.

En weet je dat ik heb mogen ervaren al die pijn. Van die super prachtige jonge vrouwen gekneveld door zogenaamd welzijn. Want die spiegel die ik mij voorhoud, ik bekijk ‘m elke dag. En wist je dat ik nu echt zelfliefde ervaren mag? Ok, het is een work in progress. Laat los, laat gaan. Want dat perfectionisme turn ik hiermee om naar het is goed genoeg en het komt wel goed. Ik ervaarde dat al die projectie van moeite en verdriet. Niet anders was dan hakketakkende communicatie. En is dat dan niet echt slecht voor de oren, is ’t niet?

En zij die zich aanpasten aan het systeem verloren wat gewicht. En de werkelijke overwinnaars bevochten ook hun ogenlicht. De anderen werden gekrookt in ’t riet. En vervielen in de modder, kom op, girl, jij kan ’t ook, is ’t niet?

En al dat conformeren aan de standaard van het nu nog overheersende mannelijke systeem. Mijn god, mag ik dan echt die verlossing voor dat gevreet aan mijn gebeen?


Waarom hoor ik van 1,2 miljoen mensen aan de antidepressiva, werd ook ik niet getormenteerd? En ik verkoos te fietsen en mijn blik op de wereld te verruimen. Want god, anders is deze wereld niet te pruimen. En stopte mijn oudoom geen pruimtabak achter zijn kies. Hoe florissant liepen zijn tanden te dansen bij het leven. En toch werd hij tamelijk oud voor menselijk begrip. Hoe moet ik dit nu rijmen? Zijn wij alleen schone schijn of toch krachtig, stralend en mooi?

Hoe kan ik die psychische nood lenigen, ik ben slechts alleen. Of kom ik dan in gewicht aan? Of mag ik dan dat beeld ook loslaten? En mijn hormonale systeem versterken. En daar hoort ook rust bij, kies ik dan nu eindelijk echt? Voor het echte leven in magie of is dat nu slecht?


En hoe rijm ik deze wereld, totaal gericht op disbalans. Van onze lieve hormonen, ervaar ik een andere cadans? Want al die golfbewegingen, ik word gek. Of was ik dan toch normaal dan en verkoos ik een ander pad. En dit andere pad mij leidde naar zelfverlossing. Wat is dat nu? En al die goden en godinnen, mijn god wat moet ik nu? En waarom alles dat zweeft dan zo verketterd, is wat ik voel niet werkelijk dan? Is dan de wetenschap het enige bewijs of dolen wij rond met onze vragen, de waarheid vermijdend tot elke prijs. Of mag ik dan je gedachten richten op de ene waarheid, ‘het komt wel goed’. Want god wat voelt dat raar dan. Pak nu je kleine kind vast en geef ‘m die aandacht en liefde die ’t verdient. Want al dat zien en horen, dat doe je werkelijk zelf.

En waarom moet ik dan leren uit de verhalen voor rebelse meisjes dat wij stammen vanuit kracht? Dat alleen zij die stopten met conformeerden werkelijk dienden vanuit alle pracht?

Of moet ik de schapen volgen, slechts te dienen waar we zo goed in zijn?

De shit opruimen achter de konten van andere mannen en ja, bij mij is het net andersom😊.

En dat ik me ondanks waar ik nu sta, me pas geroepen voelde aan te treden met mijn magie.

Terwijl dien ik het management of dien ik mijzelf?

En was dat toch geen last om te dragen, ik wist best, dit past mij niet.

Kan een ander toch dat juk dragen, ik voel me anders, ik ben mezelf niet.


En oeps, ik verhield mij tot die ander en versterkte toch mijzelf.

Want oefening baart kunst en al die rottigheid, hoe meer afwijzing, je doet dit niet echt, en toch ging ik het doen.

Want ik wist in mij schuilt ook die ander en ik in haar.

En nu ervaar ik zoveel sterkte, zoveel liefde en aanwezigheid. Dat bestaat toch niet.

Want waarom hield ik op te bestaan met al dat sloven, actielijsten en aanpassend gedrag.

Is dat nu het werkelijke leven waarvan ik genieten mag.

Waarom ervaar ik nu zoveel helderheid. Ik lach om de god van de mammon en ijdelheid.

En van de god van de slaaf zijn aan onderwerping, ik kies anders elke keer.

En shit wat is dat moeilijk en toch geeft dat bestaan.


En ik dacht al een jonge blije vrouw te zijn met jonge hondenenergie. Ik ben pas juist gestart, kom op, want toen ik vriendjes werd met mezelf, was het tijd om te veranderen naar mijn werkelijke zijn.

Hoe zal dan toch de wereld zijn, met alle liefde verbonden in de eeuwigheid?

Want dat is toch het leven, ik ben helemaal blij.

Hoe sterker ik mijn licht laat schijnen, des te sterker ik voel ik laat los.

Des te mooier ik het lamplicht mag laten schijnen.

En ja, er is ook moeite, pijn, verdriet.

Ook dat is onze weg, het ligt ons allen in het verschiet.

Maar wist je dat je dan kan doorgaan, elke keer opnieuw.

En al dat verdriet, die buikpijn die ik al voelde als klein kind.

De dokter en mijn moeder konden er niets mee, ach ja, plak het maar achter een plint.

Of was ik toch verworden tot behang.

Want mijn ziel is stralend helder en ik sta op en zeg ‘vene, vedi, vici’ of zojuist.


Want het stoppen met het consumeren van mannelijke energie bracht mij kracht.

En geeft dat dan geen verlichting van mijn klacht?

En toch voelt het dat ik mag dragen, al dat intergenerationele verdriet.

Voor onze meiden die gaan opstaan, kom er maar bij, er is genoeg plaats.

Want ja, stoppen met klagen, dat ligt niet meteen in ’t verschiet.

En daarvoor oefen en train ik mezelf elke dag.

En voelde ik daarvoor dan niet die ander in miskenning van haar pracht?

Van al die vrouwen in paniek?

Was het huwelijk dan wel rein of verworden tot heel erg ziek?

En kon zij dan niet kiezen wat het beste voor haar was. En toch kunnen de keuzes van anderen het beste zijn dat ons bracht.

En moest ik mij dan toch verbinden. Met die dienstmeid in streekroman?

Had dan die vent met lange tengels mijn man dienen te zijn.

Of mag ik dan leren om mezelf te dienen, puur en rein.

Of verword ik dan tot maagd die beloofd wordt aan de macht?

Want wat is dan nu oorlog als ik er niet echt zijn mag?

Had ik dan die jongens in de disco’s het maakte niet uit welk land.

Mijn billen beroerden dat is niet fijn.

Want ik maak graag plezier alleen op mijn gerijm.

Bepaal ik dan niet mijn eigen tempo of verword ik tot populair.

Had ik moeten schoppen, tieren, rennen of schreeuwen terwijl ik koos voor vrolijke dans.

En wat is dan nu toch mijn toekomst, als ik leef in dat verleê.

En lieve godin, ik snap er toch geen biet van, wat ik hier schrijven kan.

En bedenk dan, die sterren stralen ook voor jou. Elke dag weer.

En ik hoop jou te kunnen ondersteunen met visionaire kracht.

En maakt mij dat dan nu anders of meteen helemaal gelijk?

En was het dan niet mijn moeder die mij voorleefde en zei.

Een jongen kies je niet een cadeau en wat gevlij.

En mag ik haar niet danken, die brenger van al het goeds.

Of was het toch het kwade, als ik terugkijk naar de toekomst?

En god wat voel ik mij verlaten, kom er snel bij.

Want scannen die omgeving, het voelt veel lichter, ik ben blij.


En wie was dan die jongen die mij op de dansvloer.

Goh, ’t einde is nabij.

Zullen we dan samen neuken, je lijkt me wel ok.

En voelde ik dan liefde met weinig vleierij.

Of verkoos ik ervoor te kiezen, voor die godin in mij.

En maakt mij dat nu een strijder voor mijn recht?

Of kies ik nu voor liefde wat in mij is beslecht?

Hoe kan ik het ook weten, ik ben slechts Hij.

Of was het toch een zij, een het, gemaakt uit klei.

Of was ik toch die steen des aanstoots van al het begin.

En evolueerde ik mij nu echt tegen mijn zin?


En dat ervaar ik ook als liefde, nu elke dag.

Hoe ervoer ik mijn overvloed toen ik dronk uit de kraan bij de wc.

Want ja, een drankje aannemen, poeh, dat doe ik weinig licht.

Hij moest mij dan wel echt aanstaan.

Of had ik dan mogen accepteren wat mij toekomt, mijn goed recht.

En al die drankjes kunnen consumeren en hij voelde zich slecht?

Slechts gebruikt voor al zijn gelden, hij zwoegde en zweette en het werd niet bèst.

Wie voelde zich nu toch het meest beknepen in de ziel.

Of oreer ik nu te fragiel?

Waarom nu toch dat kind toch dat mij verscheen op de tv.

Nog slechts nog 2 jaar nog, ik wil een vriendje en wel nu, anders tabé.

Is dat nu echt aan haar al, te beslissen ingebracht door god?

Of was het toch te snel nu, misschien wacht haar een ander lot.

En wat loop ik te oreren, ben ik het Orakel, klein maar fijn.

Of mag ik ook heel groots zijn, vind jij dat dan ook fijn?

Kwam god mij dan bezoeken daar in die yogaschool.

Toen de kraan maar bleef lopen, het leek wel op hol.

Of hoefde ik ‘slechts’ overvloed te zien?

Oh, wie kan mij nu helpen. Wat is de juiste blik?

Mag ik dan niet prudent zijn en wijs omgaan met al die spullen, zo heel gewoon.

Of moet ik dan naar China, want daar wordt het gemaakt.

En richt ik dan mijn blik,

Op iets anders dan ‘mommy, I want to have a boyfriend’?

En gebruik ik het gestampvoet om te komen tot mijn doel.

Zo hoog, zo groots, zo mooi gegrepen, met ontspannen smoel?

En weet je wat ik toch ervaarde.

Toen ik rende als Pamela Anderson zo langs het water.

Ik voelde me stoer en sexy, dat dat kan het uitstralen van al die seksualiteit.

En wist je dat ik toen voorvoelde, er volgt iemand mij.

Want ja, die grote persoonlijke ruimte waarschuwde mij.

En toen hij greep mijn billen en zei, wat denk je ervan?

Ik hem mocht vertellen dat ik gelukkig bezeten was van mijn telefoon.

Oh nee, het was een oude Nokia die kon niets meer dan contact leggen met de Politie.

En was ik toen niet blij dat mijn nee, zijn nee werd.

En kun je dan begrijpen dat het was besloten in mijn energie?

Mag ik dan niet prudent omgaan met mijn dochters, zoek het maar uit?

Is dat wat je leest in deze woorden, of ga ik toch vrijuit.

En was al wat nodig was, slechts een waarschuwing en mijn blik.

Of had ik mij moeten bevriezen in gegrijp, ik kan nu niet meer,

kiezen voor het leven of is beven ook onderdeel van die angst.

En mag ik hem dan niet danken voor zijn waarschuwing vooraf?

Want beste man, hoe denk je dan dat vrouwen je veroordelen?

Als jij stopt met communiceren en zegt ‘hier ben ik dan’.

En moet ik dan toch huilen en ben ik blij, hij zei in ieder geval wat hij ging doen.

Of moest ik hem daarvoor dienen of veroordelen met poen?


Hoe kan ik het nu toch weten, heer, ik ben hier heel allen. Of nee, het is toch Dame, tot in oneindigheid besloten in dat glazen paleis.

Of was het toch de Kronieken die mij brachten tot deze reis.

En waarom legde je me toch de hand op en voelde ik niets meer dan onderdrukking

Terwijl die andere hand zoveel liefde en rust geeft.

Zijn wij nu toch verkrampt toch, terwijl genot is het hoogste goed.

Mogen wij dan nu uploosenen, of verlies ik dan mijn lust.

Of voel ik mij een loser en ik volg, slechts buiten eigen pad.

Of word ik dan elke keer losser, slechts met elke stap.

Want mocht ik niet ervaren, ik leef naar de letter der wet.

En was ik dan geen Farizeeër, verstoken van elke kennis binnen mijn bubbel, mijn wet?

Of werd ik dan geëerd om iets dat ik niet was?

En mocht hen niet respecteren en zag ik hen voor wie ik zelf echt ben.


Of ben ik toch die ene, hier gans alleen in het heelal?

En wat kan mij dat ook boeien, ik schep wel door, elke keer.

Of draag ik dan dat levenswater naar de grote zee?

Mag ik mij dan laven aan waterstromen als een hijgend hert.

Of moet ik mij gedragen en mij beschikken aan hen met pret.

Want weet dat zij die alleen scheppen, verkommeren van kwel.

Ik weet wat ik wil scheppen, op papier, elke keer weer.

En weet je wat ik leuk vind, doe jij ook mee?

En wist je dan niet dat mijn wang ook al was ‘ie beurs.

Van dat getrek van kiezen, want was dat nu mijn lot.

Ik droeg mijn kinderen bij me en was dat hiervoor mijn dank?

Geef mij nu hier die prik dan, verdoof mij per direct.

Want ik kan nu echt niet kiezen, ben ik toch een slet?

Ik koos voor meerdere partners en was gespannen in pret.

Kon ik niet vrijuit kiezen, wie ik verkoos in mijn bed?

En mag ik god dan nu danken, dat ik iemand trof met veel geduld?

Zodat ik mij leerde ontspannen, binnen de beloften van ’t verbond?

En weet je dat ik hiervoor kies, elke godganse dag.

Want al dat muggenziften en fitten.

Maakt mijn brein niet fitter.

Of mag ik mij betrachten in al dat sporten, snel ik win.

En kies ik voor het hoogste doel, being on top of the food chain?

En kies ik niet opnieuw, elke dag weer,

Om om te zien en te betrachten, die ander nu écht tot dienst.

Want wat brengt dan die ander als ik mij veracht in zijn of haar gezicht.

Is dat nu ’t levenslicht?

En mag ik nu dan vragen, behoed mij voor dit lot.

En is genieten niet ’t hoogste bod?

Hoe kan ik die ander nu toch haten, ik zie die blik, het volgt mij steeds.

Of zag ik nu die ander door mijn eigen bril.

En welke kleur gaf ik die bril dan, is het goud, zilver of brons?

Mag ik niet de top behalen bij sport, of neem ik een plons.

Want leerden mijn ouders niet, als iemand springt, spring dan niet mee.

Denk altijd voor jezelf en dan die ander.

Doe jij ook mee?

Want alle godinnen nog aan toe wat moet ik met die liefde.

Hier heel alleen. Moet ik mij dan toch vervelen met niets dan ’t zelf.

Of was ik daarvan nu zo bevlogen en maakte ik dit leven tot een hel.

En mocht ik niet ervaren, spreken is zilver en zwijgen is goud.

Hoe kan ik nu toch klagen, wie ben ik om dat te doen?

Want is die last er om te dragen, tot in de eeuwigheid, echt waar?

Of kan ik nu toch vertrouwen, dat we het samen doen, elke dag weer.

Mag ik die goden en godinnen dan toch vragen,

Sta op en geef het leven weer wat kleur.

Want al die zintuigen geven antwoord op al jouw vragen.

Dat weet ik zeker, stop dat gezeur.

En toch wil ik eindigen met het hoogste lied,

van die roodborst die mij bezocht, welke mij vrolijk en frank en blij aankeek

en toen wist ik, ‘het komt goed’.


12 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page